Mama

Het is begonnen; de peuter stelt vragen. Hoe pak ik dit aan?

Nooit, maar dan ook echt nooit, had ik gedacht dat ik hier een artikel over schrijven. In ieder geval niet nu. Mijn kind is immers pas twee (al komt de drie met rasse schreden nader). Maar het is begonnen. Xavi heeft altijd veel vragen gesteld en inmiddels gaan deze vragen over poepen, plassen, piemels én meisjes.
De vragen over poep en plas vinden we helemaal niet ingewikkeld. Want ja, als je eet moet je poepen en als je drinkt moet je plassen. En alle andere mensen ook. De vragen die meneer nu stelt vind ik iets minder makkelijk te beantwoorden.
Uit mijn opleiding weet ik wel dat kinderen al vroeg interesse krijgen in hun eigen geslachtsdeel en daarbij ook die van anderen. Toch verbaas ik me over de fase die we nu doormaken en weet ik niet zo goed hoe ik ermee om moet gaan.

‘Jongens hebben een piemel.’
Dit hoor ik thuis dagelijks. Ik ben hier heel makkelijk in en ik ga hier altijd in mee.
‘Ja, jongens hebben een piemel.’
‘Papa ook?’
‘Ja, papa ook.’
‘En jij?’
‘Nee, ik niet. Ik ben een meisje, meisjes hebben geen piemel.’


Dit bevredigende gesprek voeren wij al een aantal maanden meerdere keren per week. Een prima gesprek, maar sinds kort komen er meer vragen. Vragen die ik moeilijk te beantwoorden vindt. Dit heeft meerdere oorzaken. Ten eerste heb ik het idee dat ik hier een weg moet kiezen en niet meer terug kan. Hoe noemen we het vrouwelijk geslachtsdeel? Hoeveel vertellen we een tweejarige? Kunnen we deze gesprekken niet nog een beetje uitstellen? Anderzijds heb ik het idee dat we , door er geheimzinnig over te doen, het onderwerp alleen maar interessanter maken. Dus gaan we het gesprek niet uit de weg. Dit volgt:

‘Jongens hebben een piemel.’
‘Ja, jongens hebben een piemel.’
‘En meisjes? Jij hebt toch geen piemel?’
‘Nee schat, meisjes hebben geen piemel.’
‘Maar, wat hebben meisjes dan?
(het gezicht dat Xavi hierbij trekt is echt onbetaalbaar, heel nadenkend, vol verwondering. Om het extra dramatisch te maken doet hij zijn handen naast zijn schouders, handpalmen omhoog. Hij vraagt het zich oprecht af.)
‘Meisjes hebben een spleetje.’
‘Oh, kan die ook plassen?’
‘Ja, zij plassen met hun spleetje.’
‘Mag ik het zien?’
‘Eh, nee.’

Ik koos er dus voor om het vrouwelijk geslachtsdeel aan te duiden als een spleetje. Belachelijk, ik weet het. Maar op het moment leek het een prima keuze. Vagina klinkt zo zwaar. En daarbij moet ik er niet aan denken dat hij dat woord gebruikt in de supermarkt. Met spleetje kan ik nog wel wegkomen, al zeg ik maar; nou inderdaad, een spleetje tussen de tegels. Of iets dergelijks..

Afijn, ik ben momenteel heel benieuwd hoe deze ontwikkeling verder zal gaan. Zal meneer hiermee tevreden zijn? Deze kennis voor lief nemen en gewoon verder gaan, of doorvragen en ermee bezig blijven? Leuk hoor deze fases!




Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s